Denkt u dat u genoeg hebt geleerd? Maak dan de oefenexamens. Zo test u of u genoeg weet voor het examen. En u ziet hoe het examen gaat.
Om de oefenexamens te maken hebt u nodig:
- een computer of laptop
- internet
Gebruikt u een desktop computer, dan moet die een microfoon hebben. Of gebruik een headset met microfoon.
Het oefenexamen KNS heeft 5 vragen. Het echte examen heeft 30 vragen en duurt 30 minuten.
Op het examen ziet u foto’s en krijgt u vragen. De vragen worden langzaam voorgelezen. U krijgt 2 antwoorden. U klikt het juiste antwoord aan met de muis.
U kunt alle vragen en antwoorden van KNS thuis lezen. Ze staan in het fotoboek van het zelfstudiepakket.
Het oefenexamen Lezen lijkt op het echte examen. Het oefenexamen en het echte examen hebben 19 vragen. Beide examens duren 35 minuten. Alleen de vragen zijn anders.
Het examen Lezen heeft teksten met vragen. U leest een korte tekst. Daarna beantwoordt u vragen. Na het oefenexamen kunt u zien welke vragen u goed hebt.
Het oefenexamen Spreken lijkt op het echte examen. Het oefenexamen en het echte examen hebben 22 vragen. Beide examens duren 30 minuten. Alleen de vragen zijn anders.
Het oefenexamen Spreken heeft:
- 10 vragen waarop u antwoord moet geven, en
- 12 zinnen die u moet afmaken.
U moet de antwoorden inspreken. Na het examen kunt u niet zien welke vragen u goed hebt.